A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W Z

Bebber, Josephus A.J.M. van

Bebber,JoostvanGeboren 19 maart 1908 in Tilburg
Omgebracht in Kamp Vught op 11 augustus 1944, 36 jaar

 

 

Josephus Andreas Johannes Maria van Bebber, roepnaam Sjef, wordt op 19 maart 1908 in Tilburg geboren in een groot, katholiek gezin. In de oorlog woont hij met zijn ouders en zijn zus Agnes in de Korenbloemstraat nummer 137. Hij werkt als ambtenaar op het kantoor van de Voedselvoorziening in Oorlogstijd.

Joodse vriend

Bij toeval raakt Sjef betrokken bij het verzet. In juni 1942 wordt door de bezetter begonnen met het op grote schaal registreren van de joodse inwoners, met als doel “werken in Duitsland”. Op 28 augustus 1942 krijgt de eerste groep Tilburgse joden opdracht zich te melden bij het station. Sjef hoort van zijn vader dat één van diens joodse vrienden – de heer Ernst Elzas – zich ook moet melden. Op eigen initiatief gaat Sjef naar de heer Elzas toe met de vraag of deze bereid is onder te duiken, om zo een zekere deportatie te ontlopen. Ondanks de vrees voor een valstrik stemt Elzas toe en krijgt van Sjef een onderduikadres.

Actiever

Naarmate de tijd verstrijkt wordt Sjef steeds actiever in het verzet. Steeds meer mensen verschaft hij onderdak en Sjef is niet bang om hiervoor ook zijn eigen woning beschikbaar te stellen. Ook werkt hij voor illegale kranten en bij het verstrekken van voedselbonnen.
Als de bezetter steeds meer maatregelen treft tegen de joden, worden meer en meer mensen tot onderduiken gedwongen. Zo zitten er in de laatste oorlogsjaren voortdurend mensen in het huis in de Korenbloemstraat. Het huis bestaat uit twee kamers en een kleine keuken, vier slaapkamers op de eerste verdieping en een zolder die vol staat met veldbedden.

Spanningen

Door de kleine ruimte, de voortdurende angst en het gevoel van onvrijheid zijn er af en toe onderlinge spanningen in het huis van Van Bebber. Zo is er een vrouw die de neiging heeft om ’s nachts uit het raam te roepen: “Hier zitten joden ondergedoken.” Uit veiligheidsoverwegingen dient men de vrouw gedurende een groot deel van de oorlog ongemerkt slaappillen toe, zodat zij hele dagen achter elkaar slaapt.

Voorzichtig

Sjef is in zijn werk als verzetsman uiterst voorzichtig, hij neemt nooit onnodige risico’s. Toch mag die voorzichtigheid hem uiteindelijk niet baten. Een medeverzetsman, die drie Engelse piloten in huis heeft, neemt wèl fatale risico’s: hij gaat met de drie mannen biljarten in een café. Het gevolg is dat ze ’s avonds thuis door de Duitsers worden gearresteerd. Na verschrikkelijke martelingen geven ze de adressen prijs van andere verzetsstrijders, ook het adres van Van Bebber. Sjef heeft op dat moment negen mensen in huis. Op woensdagavond 2 augustus 1944 iets na tien uur wordt het huis in de Korenbloemstraat overvallen. De niets vermoedende Sjef en de joodse onderduikers worden meegenomen. Op het politiebureau worden zij van elkaar gescheiden. Dit is voor de onderduikers de laatste keer dat zij Sjef zullen zien.
De volgende dag wordt hij overgebracht naar Kamp Vught. Een week later, op 11 augustus 1944, wordt Sjef nabij het kamp gefusilleerd, slechts 36 jaar oud.

Sjef van Bebber heeft als verzetsman zeker honderdzestig mensen het leven gered.

Bron: